Columns

Feestweek

Feestweek ‘Goed nieuws voor Saeid!’, lees ik op de mail. In de bijlage zit een brief van de IND aan de advocaat van Saeid. ‘Hierbij zend ik u een exemplaar van mijn beschikking op de aanvraag van uw cliënt om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag wordt ingewilligd’. Dat laatste kleine zinnetje, daar zien alle asielzoekers met groot verlangen naar uit, soms vele jaren lang. ‘De aanvraag wordt ingewilligd’. Vier woorden die een leven veranderen. Met de uitgeprinte Beschikking (24 A4t-jes), een pakje gebakken tongetjes, en een bos bloemen fiets ik naar Saeid’s tijdelijke verblijfsplaats. Wat moet je met zoveel vreugde en met zoveel opluchting. Saeid straalt vreugde uit. Hij zet snel thee en maakt een groot bord fruit klaar. Maar voordat we gaan eten en drinken gaan we eerst God danken. Saeid komt uit Iran en hoort bij de nieuwe christenen. Hij heeft hier Jezus leren kennen. Het is niet moeilijk om woorden te vinden. ‘Dank U, dank U, dank U Heer’. Uit ervaring weten we dat er na het verkrijgen van de status al snel nieuwe problemen opdoemen. Maar daar willen we nu even niet aan denken. Nu is het tijd voor feest. Wonderlijk dat zo’n papiertje een mensenleven totaal kan veranderen. Geen directe dreiging meer, wel een nieuw, hoopvol perspectief. Urkers families zitten graag en veel bij elkaar. Eritrese families ook. Alleen zijn hun families bijna allemaal uit elkaar geslagen. Op de vlucht voor oorlog en verstikkende dictatuur. Pim belandde op Urk. Hij is ijverig en sociaal. Inmiddels al een paar jaar in de vis. Zijn jongere broertje woont elders in Nederland. Omdat dat broertje bij aankomst in Nederland nog minderjarig was, mocht hij familiehereniging aanvragen. Lang werd er naar uitgekeken. Corona maakte het moeilijk en de reis is ook duur. Pim heeft […]

Hoop

Hoop Dat je iets kan doen, dat geeft een opgelucht gevoel. Zoveel verschrikkelijke berichten moet je gewoon voor kennisgeving aannemen. Maar de situatie op Lesbos, die is te schrijnend om zo maar te laten passeren. Niets doen is even geen mogelijkheid. Jacoline neemt het voortouw. Dat is niet toevallig. Ze is op de Griekse eilanden geweest. Ze heeft de mensen daar op zee in gevaar gezien. Mensen die met de moed der wanhoop op zoek zijn naar een leefbaar  bestaan. Ze is dichtbij hen geweest. Dan gebeurt er iets met je. Vandaar de actie van de stichting ‘Ik was een vreemdeling’. Er is ‘spontaan Urkers’ gereageerd. We krijgen veel spullen waarom gevraag is. En we kregen een mooi geldbedrag. Zaterdag hopen we met een kleine vrachtwagen de spullen af te leveren bij een christelijke organisatie in Nieuw Lekkerland, die het vervolgens naar Lesbos zullen vervoeren. Maar ook dichtbij moet er geholpen worden. In Luttelgeest bijvoorbeeld. Soms gaat dat helpen ook met de moed der wanhoop. Je komt maar weinig kleine problemen tegen. Maar soms is het even feest. Zoals vorige week. We brachten een bezoek aan Kashif, een Pakistaanse Christen. Vier jaar geleden moest hij vluchten voor zijn leven. Zijn vrouw en zijn vierjarig zoontje bleven op een geheim adres in Pakistan achter. Kashif kwam in Polen terecht. Daar gaf hij zijn vingerafdruk en dacht dat hij vervolgens in elk Europees land asiel kon aanvragen. Maar toen hij zich in Nederland meldde moest hij terug naar Polen. Dat was niet echt een optie. Maar regel is regel. Daar is in 1990 in Dublin een overeenkomst over gesloten. Die heet nu kortweg ‘Dublin’. Pas na vijftien maanden kun je in een ander Europees land opnieuw asiel aanvragen. Maar waar blijf je die vijftien maanden? In de polder ontmoette hij mensen die […]

Paleis

Paleis We hebben een uur speling genomen. Op de rechtbank kun je beter niet te laat komen en ‘s-Hertogenbosch is niet naast de deur. Om half acht sta ik voor bij onze Iraanse vrienden. Ze zijn gereed. Saeid ziet er gespannen uit. Straks moet hij de rechter zien te overtuigen dat hij echt christen geworden is. Gisteravond hebben we nog een aantal dingen doorgenomen. Het valt niet mee. Hij spreekt een andere culturele taal en hij komt uit een zwijgcultuur. Voordat we de reis aanvangen bidden we om bewaring en om hulp. Dat zullen we vandaag nog meerdere keren doen. Tjonge, wat een indrukwekkend gebouw. ‘Paleis van Justitie’ staat met grote letters op de gevel. Het gebouw straalt gezag uit en de gewapende agenten bij de ingang onderstrepen dat nog een keer.  Waarom noemen ze zo’n gerechtsgebouw eigenlijk een paleis, vraag ik me af. Zeker om haar zelfstandigheid te benadrukken tegenover de politieke macht. We moeten wat verderop om te parkeren. We lopen tussen allemaal andere nieuwe gebouwen door terug naar het paleis. Vanaf een mooi plein komen we op een straatje dat langs de hele breedte van het gerechtsgebouw loopt. Als ik naar boven kijk lees ik het straatnaambord: Het rechte pad. In Brabant heeft de rechtelijke macht kennelijk vertrouwen in haar werk. Dat we onder de grote rivieren zijn merken we ook aan de uitgebreide corona maatregelen. Het paleis heeft een prachtige entree, maar ook hier staat een gammele keet voor de ingang, met zo’n golvende houten vloer. Voor we de tent in mogen moeten we eerst onze handen ontsmetten en telkens worden ook de sta-tafels ontsmet. Onze advocaat meldt zich. Ze is zeer bij de zaak betrokken. Even later komt er nog een vriend. Hij heeft negen maanden met Saeid opgetrokken en treedt op als getuige. Met z’n […]

Mondkapjes

Mondkapjes We moeten rennen om de tram te halen. Ja, we weten dat mondkapjes nu in het openbaar vervoer verplicht zijn, maar door  de haast zijn we het even vergeten. Dus maakten we in de tram het zakje open dat we die morgen net gekocht hebben. Het duurt even. Dat levert ons een fikse vermaning op van de trambeambte. ‘U moet de mondkapjes opzetten voor dat u de tram instapt. U bent nu al twee minuten in de tram en u hebt anderen en uzelf in die tijd in gevaar gebracht’. Ze gaat nog even zo door, maar we kunnen haar niet goed volgen vanachter haar plastic bastion en we zijn druk met onze mondkapjes. Ik zal niet zeggen dat ze erg onvriendelijk was, maar ze sprak ons wel toe als kleuters. Wel even wennen zo’n mondkapje. Je bril raakt gelijk beslagen en het bezorgt je ook een wonderlijk gevoel. Plotseling voel je je medewerker van een  chirurgische team. Weinig mensen houden het op als ze de tram uitstappen. Al een keer eerder heb ik een mondkapje gedragen. Een week of acht geleden moest een Eritrees  jongetje naar het ziekenhuis in Sneek worden gebracht. Hij heeft zijn vinger tussen de deur gehad en het ziet er niet goed uit. Er is niemand te vinden die het ritje kon of wilde doen. Ik probeer me aan de regels te houden, maar niet ten koste van alles. Van een collega krijg ik een een ingewikkeld mondkapje mee. Geen idee hoe ik het op moet doen. In het ziekenhuis krijg ik instructies van een verpleegkundige. Op de terugweg draag ik een mondkapje. Geen lekker gevoel. Je geeft aan je medereizigers een boodschap af dat ze een gevaar voor jou zijn. Het is bij die ene keer gebleven. Tot nu dus in de tram. […]

Isolatie

Isolatie Wat is  de natuur uitbundig. Vorige week viel me dat plotseling op tijdens een bezoek aan het azc-Luttelgeest. We  hadden toestemming gekregen om het terrein op te gaan, maar we mochten de huisjes niet in. We willen graag de mensen weer even zien en chocolade eitjes uitdelen die we van een supermarkt gekregen hebben. We zijn meer dan welkom. We zien elkaar voor de deur. Een Afghaanse man krijgt ons toch zover dat we bij hem thee drinken. Hij sleept twee stoelen naar buiten en gaat zelf op het gras zitten. We kunnen wat woorden wisselen in het Duits. Daar heeft hij een tijdje gewoond. Als we even later weer over het terrein lopen word ik overvallen door die uitbundigheid van de natuur. Het groene gras is bezaaid met madeliefjes en met paardenbloemen en nog andere wilde planten. Wat een bijzonder mozaïek De struiken en de bomen laten hun eerste onbesmette blad zien in alle kleurenvariaties. Wat ook ook opvalt is het contrast. De natuur is niet te houden, maar de mensen verbergen zich. Er is niemand te zien. Iedereen is bang voor het virus. De bewoners daar zijn dubbel kwetsbaar. Toch worden we overal met brede gebaren binnen genodigd. ‘Nee, kan niet, corona’. Ja, dat woord kennen ze. In verzorgingshuizen gaat het leven en het werken moeizaam. En ook in de huizen waar mensen met verstandelijke beperkingen wonen heerst veel spanning. Maar vergeet ook de asielzoekerscentra niet. De mensen daar wonen met verschillende families in een huisje. Activiteiten worden niet meer georganiseerd. En ook bijna alle procedures liggen stil. Dat betekent nog langer wachten. Bezoeken zijn tot het absolute minimum teruggebracht. We komen op het terrein een paar vrouwen tegen, ze brengen huiswerk rond. En later spreken we nog twee vrouwen die toch nog wat berichten over procedures […]

Keerpunt

Keerpunt Wat een ramp. De deur op slot. ‘Gastvrijheid kan dodelijk zijn’, is nu de onheilspellende boodschap. Ik had wel even tijd nodig om de sleutel om te draaien. Toen T de eerste gast weigerde leidde dat tot een forse echtelijke botsing. Dat kan toch niet!’ Het moet. Maar geen mensen ontvangen. Niemand meer aanraken. Verschrikkelijk. Ik ben meer van een ‘hug’ dan van een hand geven en nu is aanraken verboden. Nu alles plotseling veranderd is draaien mijn hersens continu om de vraag: Wat nu? en hoe nu? Wacht even, niet alles is veranderd. Er is iets dat nooit verandert. Het Grote Gebod en de Grote Opdracht zijn nog steeds volop van kracht. ‘God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf’, en ‘Ga dan heen, onderwijst de volken,…’. Dat  blijft, daar kunnen geen honderd  persconferenties verandering in aanbrengen. Misschien gelden ze nu wel in heviger mate. Het zou toch wel heel erg zijn als we nu alleen maar aan onszelf zouden denken. Hoe overleef ík? Het gaat er nu veel meer om: hoe overleven we samen. Sterken en zwakken, rijken en armen. Om maar eens een stevig cliché te gebruiken: de crisis heeft niet alleen slechte kanten. We worden met z’n allen teruggeworpen op de basis van ons bestaan. Al die luxe die ons verdooft is aan het wegvallen. We ontwaken weer. Hé, ik heb een bord kost voor me. Dat is eigenlijk helemaal niet zo vanzelfsprekend. Het is een wonder. We zien ook een opleving van de gemeenschapszin. Wat kunnen we voor elkaar doen? Kleine dingen worden weer groot. Even zwaaien voor het raam. Regel 1 blijft natuurlijk: wie heeft het het hardst nodig. Kijk rond en stel een bellijst op. Probeer wat verder te denken dan je vanzelfsprekende contacten. Wie zit er het meest in de […]

Kijk

‘Een koolmeesje kun je herkennen aan hun zwarte kopje en zwarte stropdas. Pimpelmeesjes hebben dit niet en hebben diepblauwe vleugels. Verder lijken ze inderdaad veel op elkaar, met hun gele borst.’ Dit leerde een vogelkenner mij onlangs toen ik tijdens een wandeling riep dat ik een pimpelmeesje zag. Het bleek een koolmeesje te zijn. Hieraan moet ik denken als ik vanuit mijn stoel in de kamer naar buiten kijk. Er zitten maar liefst vier vogeltjes op de vogelvoerhanger aan ons schuurtje: twee koolmeesjes en twee pimpelmeesjes. Vanmorgen hebben we deze hanger gemaakt met een groepje vrouwen uit het AZC.  Onderweg naar het AZC regent het. Mirjam naast mij wijst omhoog: ‘Kijk, een regenboog, precies boven het AZC en het House of Joy. Wat mooi!’ Samen met de vrouwen drinken we eerst gezellig koffie met eigengebakken appelkruimeltaart. Mirjam, de creatieveling van onze groep vrijwilligers, heeft de spullen voor het knutselwerkje al klaargezet. Ik zie ijshoorntjes, vogelzaad, touw en een grote pot pindakaas. Een paar dagen geleden appte ze mij: ‘We gaan op de vrouwenmorgen iets voor vogels maken. Een mooie tekst daarbij is Mattheüs 6:26. Zou jij daar de bijbelstudie over willen doen?’  We lezen het gedeelte uit Mattheüs in het Nederlands, Farsi (Iran) en Turks. Vervolgens bespreken we het aan de hand van het tekstgedeelte. Jezus geeft, zittend op de berghelling, onderwijs aan Zijn discipelen en een grote groep mensen. Over bidden en vasten. Maar ook over hoe we om moeten gaan met bezorgdheid. Als ik bij vers 26 gekomen ben, zwaai ik met mijn arm richting het raam en roep: ‘Kijk’ – alle vrouwen strekken hun hals en proberen naar buiten te kijken – ‘naar de vogels in de lucht: zij zaaien niet en maaien niet (…) uw hemelse Vader voedt ze evenwel; gaat u ze niet ver te […]

Oorlog

Oorlog Vreugde brengt samen, verdriet ook. Deze zondagavond is verdriet de reden om bij elkaar te komen. Met vierentwintig man zitten we samen op de zolder van galerie Geert Weerstand. Kinderen, vrouwen en mannen. Zestien Koerden en acht Urkers. Drie van de Koerdische families komen uit Urk. Een familie is uit Emmeloord gekomen. Ze willen er graag bij zijn. Het is de tweede zondag van de maand. Die avond komen we al enkele jaren bij elkaar om voor de vluchtelingen te bidden. Er is een appje rondgestuurd met het bericht dat we ons vanavond speciaal zullen richten op de oorlog die uitgebroken is in Noordoost Syrië. Op een of andere manier voelt deze oorlog heel dicht bij. Verschillende families op Urk hebben in het oorlogsgebied naaste familie wonen. En afgezien daarvan, het gaat om hun volk, de Koerden. De Koerden zijn de grootste bevolkingsgroep die geen eigen land heeft. Het is een volk met een tragische geschiedenis. Ruim vijfendertig miljoen mensen met een eigen taal en een oeroude cultuur, maar geen eigen land. Ze wonen hoofdzakelijk in Turkije, Iran, Irak en Syrië. In de meeste van die landen worden ze behandeld als tweederangs burgers. Soms mogen ze hun eigen taal niet eens spreken. Alleen in Irak hebben ze een zekere mate van autonomie kunnen bereiken. In Noord Irak ligt Koerdistan. Ze hebben een eigen parlement en een eigen leger, de peshmerga. Maar bijna niemand heeft het land erkend. Alleen Israël. Anderhalf miljoen Koerden leven buiten het Midden Oosten, in de diaspora, waarvan I miljoen in Europa. De grootste groep daarvan woont in Duitsland. Voor we gaan bidden lezen we eerst uit de Bijbel. Er zijn verschillende jongeren die kunnen vertalen. We lezen psalm I42 in drie talen. Arabisch, Koerdisch en Nederlands. De psalm is een gebed om hulp. ‘Met mijn […]

Orthodox

Orthodox We rijden ergens in de Achterhoek op een smalle tweebaansweg. Volgens de tomtom moeten we er af, maar voor we er erg in hebben zijn we de afslag voorbij. Een scherpe bocht had ons op een parallelweg moet brengen. Het wordt ons niet eenvoudig gemaakt om het doel te bereiken. Onlogisch is dat niet, want we zijn op weg naar een klooster en dat hoort natuurlijk een beetje verborgen te liggen. Niet veel later zien we het gebouw liggen. Wat een prachtige omgeving en vooral, wat een rust. Het valt gewoon op je. Het zonnetje helpt erbij. De voordeur is niet de aangewezen route. Net als op Urk gaan we achterom. Met een groepje vrijwilligers van de stichting ‘Ik was een vreemdeling’ brengen we vandaag een bezoek aan een Koptisch klooster. De kaart van kerkelijk Nederland is de laatste halve eeuw drastisch veranderd. Voor die tijd had je katholieken, protestanten en nog wat restverschijnselen. Nu heb je naast de protestanten en katholieken een grote evangelische beweging en een omvangrijke Orthodoxe kerk. Onder die laatste groep vallen onder andere de Syrisch Orthodoxen, de Eritrees Orthodoxen en de Koptisch Orthodoxen. Kopten komen uit Egypte. De Koptische gemeenschap telt in ons land ongeveer 10000 leden. Ze hebben verschillende kerken over Nederland verspreid en sinds 2015 is er ook een Koptisch klooster. Het ligt in Lievelde even voorbij Doetinchem. We worden vriendelijk ontvangen. De monnik waarmee ik telefonisch contact heb gehad, heeft de hulp ingeroepen van Sara, een scholiere die bij de gemeenschap hoort. ‘Ik kom hier altijd om te bidden.’ Zij zal ons deze dag verder begeleiden. De monnik blijft in de buurt om moeilijke vragen te beantwoorden. We krijgen een heldere en leerzame presentatie over de geschiedenis en de geloofsinhoud van de Koptische kerk. Daarna volgt een rondleiding door het klooster. […]

Zorgen voor het gezin

We zijn op een kleine nederzetting in het Engelse graafschap Kent. De derde generatie van een zendingsfamilie woont er. Engeland heeft een bijzonder rijke zendingsgeschiedenis. De huidige hoofdbewoners werkten vele jaren in India. Het echtpaar is zeventig plus maar nog vol ijver. Het bloed kruipt… Ze hebben nu onder andere een minderjarige asielzoeker uit Egypte in huis. De UK heeft een soort pleegzorgsysteem voor minderjarige vluchtelingen. Eerder verleenden ze onderdak aan een jongen uit Irak en een jongen uit Iran. Die zijn inmiddels meerderjarig geworden. Bij hun vertrek is voor elk een appelboom in de tuin geplant. Symbool voor het feit dat ze nu een plekje hebben en kunnen wortelen. Het terrein rond de vier woningen is ruim. Het is meer een klein park dan een tuin. Er staan verschillende vruchtbomen. De zon schijnt overdadig. Even een pruim plukken. Een warme vrucht zo van de boom geplukt blijft een heerlijke sensatie. Een oude schuur op het terrein is onlangs verbouwd tot koffiebranderij. Je kunt er ook koffie proeven. Alle tafeltjes buiten zijn bezet. Het is een levendige boel. We zien veel honden en veel tattoos. We maken een praatje met de initiatiefnemer. ‘Wat voor doel heb je voor ogen met de koffiebranderij?’ Hij vertelt over de handel van zijn zoon. Die koopt koffiebonen in bij arme boeren in Myanmar, Thailand en Laos. Die bonen worden hier gebrand en over Engeland gedistribueerd. Hij koopt niet van plantages, alleen van arme boeren die in het oerwoud wonen. Het doel is, ‘het creëren van meer welvaart’ voor deze groep. ‘Meer welvaart’?, dat klinkt wel erg optimistisch. Alsof er al welvaart is. Om precies te zijn, het gaat erom dat ze genoeg verdienen om voor hun gezin te kunnen zorgen, zodat ze hun kinderen niet meer hoeven af te staan voor prostitutie. Reizen en […]